Bijzondere bomen in het Weizigtpark
Er staan veel bijzondere bomen in het Weizigtpark in Dordrecht. We hebben negen bijzondere bomen voor u op een rij gezet.
Deze boom staat hier al sinds de oprichting van het park. Hij kan twaalf tot achttien meter hoog worden en heeft een kroondiameter van acht tot elf meter. De boom kan wel 250 jaar oud worden. Dordtenaren kennen de boom ook van de Wolwevershaven.
Verscholen noten
De gewone paardenkastanje heeft bijzonder mooie, prachtige bloempluimen en stekelige groene bolsters waarin verscholen noten (de kastanjes) zitten. Deze variëteit ‘Baumanni’ bloeit uitbundig met dubbele bloemen maar geeft nooit kastanjes. Kastanjebomen zijn geliefd door hun aantrekkelijke groeivorm, schitterende handvormige bladeren en bloemen (ook wel kaarsen genoemd).
Alleen voor herten en schapen
Begin mei staat de boom in bloei. De kinderen maken van de noten grappige poppetjes en dieren. De noten zijn voor mensen niet geschikt om te eten maar herten en schapen zijn er dol op.
Een echte feestboom
Heinrich Witte was in de tweede helft van de negentiende eeuw hortulanus van de Hortus botanicus Leiden. Hij beschrijft in één van zijn teksten zijn bewondering voor de bloemen en de groei van de knoppen van de Witte paardenkastanje.“Kloek en breed van houding, gesloten van groeiwijze, met bladeren zoo fraai als geen andere boom ze levert (…). Een echte feestboom, een ware Meiboom”.
De geschatte leeftijd van deze boom is ongeveer 75 jaar. Hij kan dertig meter hoog worden en heeft een kroondiameter van twintig meter. De boom heeft lichtgroene bladeren die aan de onderkant zilverwit zijn.
Een goede plek
Het is een boom die het vooral goed doet in vochtige moerasbodems en rivieroevers. De boom staat hier dus op een goede plek, zeker in de herfst en de winter. De bloeitijd is in het vroege voorjaar.
Stroop en suiker
De Witte esdoorn is inheems in Noord-Amerika. De boom vormde voor de eerste kolonisten van Noord-Amerika een bron van suiker. Zij tapten sap van de boom en maakten hier stroop en geraffineerde suiker van. In ons klimaat maken de bomen niet veel suiker aan en zijn er dus alleen voor de sier.
De Populus berolinensis is een boom uit de wilgenfamilie. Hij is ontstaan uit een spontane kruising van Populus laurifolia met Populus nigra 'Italica'. In Nederland staat deze kruising bekend als de Siberische balsempopulier.
Eivormige kroon
Deze boom vormt een breed zuilvormige tot eivormige kroon met een uiteindelijke hoogte van ongeveer vijfentwintig meter. In zijn jeugdstadium is de kroon vrij smal en dicht. De stam groeit recht. De grijze bast heeft ruwe groeven. De eironde tot spitsgepunte bladeren zijn glanzend donkergroen en hebben een grijsgroene onderkant. In sommige jaren verkleuren de bladeren geel in de herfst.
Overal te vinden
De boom bloeit in maart met mannelijke katjes (trosvormige bloeiwijze). De boom is redelijk gevoelig voor bladvlekkenziekte. Het is een heel geschikte boom voor zowel een stedelijke als landschappelijke omgeving. U vindt deze boom bijvoorbeeld in parken en groenstroken, maar ook als laanboom. De boom heeft het liefst een vochtige, vruchtbare bodem, (zuur tot neutraal) en kan goed tegen de wind.
De Oosterse plataan is een hoge, langlevende boom. De boom kan 30 meter hoog en 25 meter breed worden. Hij is te onderscheiden van de Gewone plataan door naar de bladeren te kijken. Die van de Oosterse plataan hebben langere en smallere lobben en bij de variëteit ‘Digitata’ zijn ze nog eens extra smal.
Bloemen en vruchten
De boom krijgt in de bloeitijd piepkleine bloemen in hangende, ronde groepjes. Mannelijke bloemen zijn geel. Vrouwelijke bloemen zijn rood. Daarna volgen ronde vruchten die in trosjes aan de boom blijven hangen. In de herfst kleuren de bladeren rood, oranje en geel.
Weer schoon door de regen
De plataan is een van de weinige bomen die geen last heeft van vervuilde lucht. De glanzende bladeren worden door de regen weer schoongespoeld en de schors laat regelmatig in grote plakkaten los. Dit voorkomt dat de ademporiën in de bast met roestdeeltjes verstopt raken. De boom groeit snel en vormt op den duur een flinke stam. De plataan is een perfecte laanboom.
De Kaukasische vleugelnoot is een zeldzame verschijning in grote tuinen en parken. Het is een bladverliezende boom die vaak wortelscheuten bij de stam maakt. De boom kan dertig meter hoog worden en dertig meter breed en heeft een koepelvormige kroon.
Hangende katjes
De grote, geveerde bladeren hebben veel ongesteelde, glanzende, donkergroene deelblaadjes die in de herfst geel worden. De kleine bloemen hebben geen bloemblaadjes en zitten in hangende katjes (trosvormige bloeiwijze). Vrouwelijke katjes zijn groen. Mannelijke katjes zijn geel. De kleine noten met groene vleugels verkleuren naar bruin als ze rijp worden. De noten zitten in lange, slanke, hangende trossen.
Opvallende knoppen
In de herfst en de winter heeft de boom opvallende knoppen zonder schubben. Hierdoor zijn de nog onontwikkelde bladeren en bloemen al te zien. Een ander kenmerk van de vleugelnoot is dat de twijg van binnen hol is en door mergplaatjes in kamertjes verdeeld.
De Fraxinus xanthoxyloides is een soort Es. Deze Es komt uit Afghanistan, Pakistan en het westelijk Himalayagebergte. Deze boom vormt een ronde kroon en wordt ongeveer vier tot vijf meter hoog.
Deelblaadjes
Aan de dunne, bruingroene twijgen zit oneven geveerd, dofgroen blad. Dit blad bestaat uit vijf tot negen deelblaadjes die vier tot zes centimeter groot zijn. Deze hebben een ovale vorm, dit in tegenstelling tot de variëteit Dumosa. De bladspillen zijn smal gevleugeld.
Zeldzame parkboom
De Fraxinus xanthoxyloides bloeit in compacte pluimen die gevolgd worden door gevleugelde nootvruchten. De bladeren kleuren in de herfst geel. Het is een zeldzaam parkboompje die geschikt is voor smalle straten. De Es heeft graag een goed doorlatende bodem met veel voedingsstoffen.
De Watercipres is een soort van Metasequoia, ook wel bekend als Chinese mammoetboom of Chinese moerascipres. De watercipres is een naaldboom die bekend staat door zijn schoonheid en veerkracht.
Levend fossiel
De boom is een levend fossiel. Dit betekent dat hij de enige is van zijn geslacht die nog bestaat; alle anderen zijn uitgestorven. In het wild vind je de watercipres nu alleen nog maar in één vallei in China terug. De Metasequoia is gemakkelijk met behulp van stekken te vermeerderen. Vanaf 1960 zijn in Europa veel van deze bomen aangeplant, vooral langs het water.
Makkelijk te herkennen
De boom kan vijfendertig meter hoog worden met een kroondiameter van acht tot negen meter. Het is een van de weinige bomen met kegels die zijn naalden in de herfst kwijtraakt. Kenmerkend is dat de knoppen onder de takken verschijnen in plaats van in de oksels daarboven. U herkent deze boom aan:
- de groeiwijze
- de kenmerkende schors
- de tegenover elkaar geplaatste zijtwijgjes of knoppen
De beuk komt van nature in Europa veel voor. Maar ook aangeplant ziet u hem bijna overal in ons land. De boom kan wel vijfentwintig tot dertig meter hoog worden met een kroondiameter van vijftien meter. Men heeft van de beuk een groot aantal cultivars ontwikkeld. Een van de meest bekende is de bruine beuk: de ‘Purpurea’. De boom die u nu ziet is de treurvorm van deze bruine buik: de ‘Purpurea Pendula’.
Altijd te herkennen
De boom heeft een dunne bast, die bij te veel direct zonlicht kan verbranden. De boom staat bekend om zijn krachtige groei en aantrekkelijke bladeren. U herkent de beuk in elk seizoen meteen:
- In de lente aan de dunne spitse knoppen en de met dons beklede zachte bladeren;
- In de zomer aan de brede platte bladeren en de statige, koepelvormige kroon;
- In de winter aan de purperachtige twijgen en roodbruine puntige knoppen;
- Het hele jaar door aan de gladde lichtgrijze schors.
Beukenhout
De beuk heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen in verschillende delen van dezelfde boom, meestal op andere momenten. Zo is de kans op zelfbevruchting minimaal. Beukenhout is erg geschikt voor het maken van meubels. Beukenhout werd ooit gebruikt als omslag bij de eerste boeken.
De beuk is een van nature in Europa voorkomende boom die houdt van schaduwrijke plekken. Een beuk kan 25 tot 40 meter hoog worden met een kroondiameter van 15 meter. Hij heeft een dunne bast, die bij te veel direct zonlicht kan verbranden. De boom staat bekend om zijn krachtige groei en aantrekkelijke bladeren.
Vier seizoenen
In elk jaargetijde is de beuk direct te herkennen:
- In het voorjaar aan de dunne spitse knoppen en de met dons beklede zachte bladeren;
- ’s Zomers aan de brede platte bladeren en de statige, koepelvormige kroon;
- s’ Winters aan de purperachtige twijgen en roodbruine puntige knoppen;
- En het hele jaar door aan de gladde lichtgrijze schors.
De beuk heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen in verschillende delen van dezelfde boom. Dit is meestal op andere momenten zodat de kans op zelfbevruchting minimaal is.
Meubels en boeken
Beukenhout is ideaal voor het maken van meubilair. Beukenhout werd gebruikt als omslag bij de eerste boeken.
- Reader’s digest: veldgids voor de natuurliefhebber. Bomen en struiken van west- en midden-Europa. Copyright © MCMLXXXIII Uitgeversmaatschappij The Reader’s Digest NV
- Bomen en Struiken in Nederland Copyright © Pocket Nature trees, herzien editie 2010; Copyright © 2022: vertaling: Fontaine Uitgevers, Amsterdam. Het copyright van sommige teksten berust bij Natuurmonumenten.
- Bomen. Copyright © 2022: Uitgeverij Terra, Amsterdam
- Wikipedia
- PictureThis Plant Identifier App
- De Moerascipresboom versus de Watercipresboom.
Kort samengevat: De moerascipres heet met zijn botanische naam, dat is de wetenschappelijke naam voor planten inclusief bomen, Taxodium distichum. Niet meer en niet minder. ‘Taxodium’ staat voor ‘lijkt op taxus’ (voor wat de naalden betreft), en ‘distichum’ staat voor ‘in twee rijen’ wat slaat op de stand van de bladnaalden. Die overigens wel verspreid staan
Er bestaan meerdere gekweekte moerascipressen; cultivars, zoals bijvoorbeeld de Taxodium distichum ‘Nutans’ en de Taxodium distichum ‘Pendens’, maar zo is er bijvoorbeeld ook een Taxodium ascendens, de Vijvercipres. Eerstgenoemde twee cultivars hebben minimaal drie namen en zijn veelal gekweekt vanuit de moerascipres; de Taxodium distichum. De Taxodium ascendens (opgaand) is wel een Taxodium, maar geen distichum (wel familie maar uit een ander gezin). Om het nog verwarrender te maken heet de Taxodium ascendens tegenwoordig Taxodium distichum var. imbricarium (met kleine letters en zonder aanhalingstekens omdat het een natuurvariëteit betreft).