Hoogwater is van alle tijden

Van een beetje water op de kade kijken de meeste Dordtenaren niet gek op. Ze zijn het gewend, het gebeurt vaker. Een stukje geschiedenis.

De Sint Elisabethsvloed van 1421 heeft grote gevolgen gehad voor Dordrecht. De stad kwam hierdoor op een eiland te liggen. Bij de enorme overstroming verdwenen zestien dorpen rond Dordrecht in de golven. De Dordtse binnenstad bleef wonderwel gespaard. Dat kwam door haar hoge ligging en haar stadsmuren. 

Welvaart

De stad werd na de overstroming omringd door water. Die ligging bracht welvaart. Het water werd een levensader. Dordrecht werd de belangrijkste handelsstad van zuidelijk Holland. De stad pikte een graantje mee van de bloeiende scheepvaart. Passerende schippers waren verplicht hun goederen in Dordrecht op de markt te brengen. Het stapelrecht bracht geld in het laatje. Ook scheepswerven deden goede zaken in Dordrecht. Het water had ook een keerzijde: het gevaar voor overstromingen lag steeds op de loer.

Voorstraat

Na de Elisabethsvloed werd de Voorstraat een waterkerende dijk. Die moest het water tegenhouden, samen met de stadsmuren. In de 19e eeuw werden de muren afgebroken en was het gebied buiten de Voorstraat op zichzelf aangewezen. Een paar keer per jaar liep het water de kades op. De bewoners leerden ermee leven. Het buitendijks gebied stond zelfs een paar keer per maand onder water.

Boven straatniveau

Bij de bouw van huizen werd in die tijd rekening gehouden met de kans op hoog water. De begane grond kwam boven straatniveau te liggen. Niet iedereen kon het hogerop zoeken. Wie dat niet kon, probeerde zijn huis droog te houden met zandzakken of schotten.

In 1916 stroomde het water over de Voorstraat de oude binnenstad in. Hierna kwam het besluit om over de gehele lengte van de Voorstraat vloedschotten aan te brengen wanneer hoogwater dreigde. Ook in onze tijd spelen vloedschotten een belangrijke rol bij de strijd tegen hoogwater. Jaarlijks test het waterschap het systeem.

Overstromingen

De afgelopen eeuwen stond het water veelvuldig op de kades. Tussen 1906 en 1954 waren er liefst zes overstromingen. Gelukkig vielen er zelden slachtoffers. Er was vooral schade aan huizen en gebouwen. Zelfs tijdens de watersnood van 1953 met een waterstand van +3,73 meter boven NAP waren de gevolgen voor de stad kleiner dan op andere plekken.

Vanuit de rivieren

Met de afsluiting van het Haringvliet in 1970 werd het gevaar vanuit zee een stuk kleiner. De dreiging vanuit de rivieren bleef bestaan. De afgelopen veertig jaar kwam het water tientallen keren boven de grens van 2 meter boven NAP uit en stroomde het water op de kades. De Kraansteiger is het laagste buitendijkse punt van Dordrecht. Die kade overstroomt het eerst. Ook de Houttuinen, Hooikade en Taankade liggen laag en krijgen hierdoor eerder met hoogwater te maken.

Zandzakken

De kans dat er water op de kades komt, wordt groter nu de waterspiegel stijgt. Met zandzakken (die de gemeente gratis verstrekt) en vloedschotten kunnen bewoners van het historisch havengebied overlast van hoogwater zo klein mogelijk maken. Aan natte voeten valt niet altijd te ontkomen, maar wie zich goed voorbereidt kan de schade beperken. Onder andere via de hoogwatermailservice geeft de gemeente bewoners een waarschuwing zodra hoog water op komst is.