Toespraak burgemeester N.Mol herdenking Nederlands-Indië 15 augustus 2025

Geachte aanwezigen, dames en heren,

Fijn dat we hier vandaag bij elkaar kunnen zijn. We zijn vandaag bij elkaar hier op begraafplaats Essenhof, vlakbij het monument waar de Nederlands-Indische gemeenschap van Dordrecht bij elkaar kan komen. En vandaag is zo’n dag, 15 augustus. Het ontwerp van het  monument gaat in op het thema ‘Altijd gevangen, nooit bevrijd’. Deze woorden vatten samen wat er in de Nederlands Indische gemeenschap wordt gevoeld. Ieder op eigen wijze en met een eigen verhaal, omdat de diversiteit binnen de gemeenschap groot is. Zo ook het verhaal van een Dordts gezin. Peter en Jet hebben mij het verhaal van hun vader Jan Gelissen gedeeld. Een lange reis, meermaals opnieuw moeten beginnen. 

In het jaar 1903 werd Jan geboren onder de tropische zon, op het eiland Sumatra. Een kind van een Limburgse KNIL-militair en een vrouw van Iers en Indische afkomst. Na het verlies van zijn moeder in 1910 keerde Jan met het gezin terug naar Nederland. Zijn jeugd werd getekend door verlies, zijn moeder, zijn vader, zijn zus. Allemaal jong overleden. Op zoek naar avontuur en een zekere toekomst, trad Jan als jonge man in 1923 toe tot de marine. Een militaire roeping die als erfgoed door zijn bloed stroomde. Als marinier vertrok hij van Den Helder met het SS Zeven Provinciën naar Nederlands-Indië, een avontuur dat zijn leven in een totaal nieuwe richting zou duwen. De jaren volgden, bouwde een bestaan op, vond werk en uiteindelijk ook liefde. Maar de oorlog haalde Jan in, de oorlog breidde haar donkere schaduw uit over zijn toekomst. 

In 1942 werd hij gevangengenomen door de Japanners en belandde in een krijgsgevangenenkamp in Thailand, waar hij tot 1945 werkte aan de beruchte Birma-Spoorlijn. Het waren jaren van onvoorstelbare ellende, waarin Jan zijn leven keer op keer moest herdefiniëren. Een gruwelijke episode die Jan pas op zijn sterfbed onder woorden kon brengen. Na de overgave van Japan in 1945 werd hij vrijgelaten. Jan ontmoette zijn nieuwe vrouw, Paula Cainap. Samen kregen zij vier kinderen, een gezin dat oorlogservaringen achter zich trachtte te laten, hoewel de pijn van die tijd altijd aanwezig zou blijven.

Maar de jaren na de Tweede Wereldoorlog volgde opnieuw onrust, opnieuw gevaar, opnieuw afscheid. Een lange reis die niet stopte. De politionele acties en Bersiap in Indonesië bedreigden hun veiligheid, simpelweg omdat ze als Nederlanders werden beschouwd. Uiteindelijk kwam het gezin in 1957, na veel ontberingen, naar Nederland. Ze kwamen aan in Medemblik, daarna Amsterdam en vonden uiteindelijk een huis in Wielwijk, hier in Dordrecht. De jaren die volgden waren niet makkelijk, er was heimwee, er was verdriet. Maar het gezin hield vast aan doorzettingsvermogen, veerkracht en het belang van familie. De kinderen groeiden op met liefde, maar ook met stilte. De moeilijke jaren in Indië werden nauwelijks besproken. Het Indisch zwijgen. De voertaal was Nederlands en de Indische cultuur werd slechts in de vorm van de rijsttafel en het luisteren naar Krontjong in ere gehouden.

Het verleden werd pas op latere leeftijd gedeeld. Pas later kon de zwaarte en de kracht van het verleden worden erkent. Pas op Jan zijn sterfbed kwamen traumatische herinneringen uit de oorlog naar boven, een moment van onomkeerbaar verdriet voor de familie. "Onze vader begon vijf keer opnieuw,". Ondanks de verschrikkingen van de oorlog koos Jan steeds weer voor het leven, altijd opnieuw de moed om voorwaarts te gaan. Jan overleefde de stormen van het leven. Voor hoop, voor zijn gezin. Een gezin dat sterker was dan de oorlog zelf. Het bewijs dat het mogelijk is om keer op keer de oceaan over te steken voor een lange reis. Op zoek naar geluk, zelfs wanneer het lijkt alsof het allemaal verloren is. 

Het is voor mij een eer om hier vandaag als burgemeester van Dordrecht te mogen spreken. Met elkaar staan we stil bij het echte einde van de Tweede Wereldoorlog en bij het leed dat velen is aangedaan, 80 jaar geleden. We herdenken allen die ten gevolge van de Japanse overheersing en de Bersiap zijn omgekomen. Ook gaan onze gedachten uit naar hen die nog iedere dag angstaanjagende herinneringen hebben aan de verschrikkingen die ze hebben meegemaakt. Ik mocht u vandaag het verhaal van Jet en Peter over hun vader Jan en moeder Paula vertellen. Het verhaal over ‘een lange reis’ is hun familiegeschiedenis, ik ben Jet en Peter hier dankbaar voor. Maar hun verhaal is niet uniek. Het zal voor velen van u een herkenbaar verhaal zijn.

Het gaat niet alleen over de gruwelijkheden van het kamp. Het gaat ook over de ‘koude’ ontvangst in Nederland. Over het nieuwe leven dat velen zonder hulp en vaak alleen moesten opbouwen. En over hoe ze zich een plaats in de samenleving moesten verwerven, omdat ze gezien werden als vreemdeling.

De geschiedenis van Nederlands-Indië, de Japanse overheersing en de Bersiap zijn onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis. Maar als we spreken over de Tweede Wereldoorlog, hebben we het hier bijna niet over. In 1951 kwam de eerste grote groep van repatrianten vanuit Indonesië naar Nederland. En natuurlijk naar onze stad Dordrecht.

Daar vonden vele Indische Nederlanders samen met anderen, een nieuw onderkomen in bijvoorbeeld de wijken Krispijn, Crabbehof en Wielwijk. In de jaren erna tot eind jaren zestig kwamen nog vier golven Indische-Nederlanders naar Dordrecht. Meer dan 2 miljoen Nederlanders hebben een Indische familiegeschiedenis. Bij de derde en vierde generatie, de jongeren, neemt de nieuwsgierigheid naar de eigen identiteit toe en groeit de behoefte om hun achtergrond en afkomst te leren kennen. Wat is er gebeurd? Waarom? Waar kom ik vandaan?

Vandaag wil ik hulde brengen aan alle families die hun weg vonden vanuit Nederlands-Indië naar Nederland, naar Dordrecht. Het verhaal van Jan, maar al uw verhalen zijn van onschatbare waarde. We zijn de stichting Indisch Dordrecht dankbaar voor het werk dat zij verrichten. De stichting is er trots op om de rijke en diverse cultuur van Indië te vieren en te promoten. Ze zetten zich in om de geschiedenis en het erfgoed van de Indische gemeenschap in Dordrecht en omgeving verder te ontdekken en te eren. Daarvoor ben ik hen dankbaar.

Het is aan ons om verhalen door te vertellen. Ze mogen niet vergeten worden. Niet door ons. Niet door de volgende generaties. Het is onze plicht om de verhalen van hun voorouders in Nederlands-Indië te blijven verbinden met de geschiedenis over de Tweede Wereldoorlog.

Door naar elkaar te luisteren, elkaar te willen begrijpen en elkaars achtergrond als verrijking te zien. Zodat we samen de Indische identiteit die onze samenleving rijk is, springlevend houden. 

Dank u wel.