Toespraak burgemeester N. Mol Dodenherdenking 4 mei 2026

Afgelopen vrijdag, op 1 mei, mocht ik op de Essenhof een boek in ontvangst nemen. Een boek geschreven door een Dordtenaar, Nick van Uden. Het boek is getiteld: Dordtenaren en onze oorlogsgraven en het beschrijft de levens van iedereen in de oorlogsgraven van Dordrecht.

Nick heeft de levens van 138 mensen beschreven en tijdens zijn presentatie liet hij een foto zien van Harry Roelofsen. Harry was soldaat en is in 1941 op de hoek van de Burgemeester de Raadtsingel en het station neergeschoten.

Wat heel confronterend is, is dat Harry maar 21 jaar is geworden. En als je zijn foto zag hoef je maar een klein beetje fantasie te gebruiken om hem te zien in een trainingspak, want het kan zo je zoon of je buurjongen zijn.

Wat ook heel confronterend is, is dat onze eregraven in Dordrecht vol ligt met jonge mensen van begin 20.
 

Geachte aanwezigen, Beste Dordtenaren,

Welkom op het Sumatraplein.

Wij zijn hier vandaag om te herdenken en om stil te staan bij alle Nederlanders, burgers en militairen, die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Herdenken is meer dan terugkijken. Herdenken is beseffen waarom wij hier staan en waarom dit moment ieder jaar opnieuw nodig is.

We zien het elke dag in beelden die ons bereiken en in berichten die we lezen. En wie die beelden liever niet wil zien of die berichten liever niet wil lezen wordt er toch mee geconfronteerd.

Het geweld van oorlogen dringt onze levens binnen, vaak onvermijdelijk: uit Oekraïne, uit Syrië, uit Gaza, uit het Midden‑Oosten. Conflicten die levens ontwrichten en mensen raken die net als wij willen leven in veiligheid en vrijheid.

En bij die beelden en berichten horen wij vaak over slachtoffers in aantallen: twintig doden, drie kinderen en een baby. Maar elk omgekomen individu is er één met een naam en met een leven. Met familie, geliefden, overtuigingen en dromen. Met een eigen visie op de wereld en misschien ook op de oorlog en het geweld dat uiteindelijk een leven kostte.

Mensen hebben een nationaliteit en een religie, maar boven alles zijn zij mens en ieder mens verdient het om te worden herdacht.

 

Ook hier in Dordrecht kreeg die ontmenselijking een naam en een gezicht.

Aan de Wijnstraat, boven een restaurant midden in onze stad, woonde vóór de oorlog een gewoon gezin. Frans Levie, Rachel Levie-Herzfeld en hun twee dochters Anna en Eva Jenny.

De meisjes groeiden op in Dordrecht en in Den Haag. Ze gingen naar school, speelden op straat en hadden een leven zoals zovele levens hier in Dordrecht.

Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werd stap voor stap hun wereld kleiner. Maatregelen volgden elkaar op en grepen steeds dieper in op hun dagelijks leven. Ze mochten niet meer naar het zwembad, niet meer naar de bibliotheek, niet meer naar de dierentuin en niet meer naar hun eigen school.

Langzaam en vrijwel ongemerkt werd hun leven ingeperkt, geamputeerd en ontmenselijkt. Tot vervolging onontkoombaar werd.

Vader Frans Levie raakte tijdens de oorlog zijn vrouw en kinderen kwijt, hij werd op 24 september 1943 vermoord in Auschwitz. Zijn vrouw Rachel en zijn twee dochters Anna en Eva Jenny werden opgepakt tijdens een razzia van de nazi’s en werden opgesloten in kamp Vught.

Een kamp dat niet was berekend op kinderen. Een kamp dat overvol raakte en waar angst, honger en onzekerheid dagelijks aanwezig waren. Halverwege 1943 viel het besluit om de kinderen uit het kamp te verwijderen. Zij moesten Vught verlaten om, zo werd gezegd, in een speciaal kinderkamp te worden ondergebracht.

Op 6 en 7 juni 1943 vertrok het transport richting kamp Westerbork en op 8 juni volgde een trein naar Sobibor in Polen. Dit transport, bestaande uit maar liefst 46 goederenwagons, zou de geschiedenis ingaan als het kindertransport.

In die 46 wagons stonden duizenden mensen opeengepakt, ouders en hun kinderen van nul tot zestien jaar. Onder deze duizenden mensen waren Anna Levie, 13 jaar oud, haar zusje Eva Jenny, 9 jaar oud en hun moeder Rachel, 35 jaar oud

De trein reed hun noodlot tegemoet. Na drie dagen en nachten kwam de trein aan in Sobibor. Niemand werd geregistreerd, niemand kreeg een kampnummer en nog diezelfde dag werden Rachel, Anna en Eva Jenny vermoord.

Dat was het lot van dit gezin, een gezin van vlees en bloed.

Dit verhaal laat zien dat elk leven uniek is, waarde heeft en dat elk omgekomen leven er één te veel is. Daarom mag er geen moment voorbijgaan waarin wij vergeten en herdenken. Herdenken is geen handeling van één dag, het is een houding en dat vraagt waakzaamheid.

En juist die waakzaamheid staat vandaag de dag onder druk. Ook in onze eigen samenleving voelen we spanningen en zien we polarisatie. We zien andere vormen van uitsluiting en uitingen waarvan we hoopten dat ze tot het verleden zouden behoren.

Daarom nodigt Dodenherdenking ons niet alleen uit om stil te staan, maar ook om op te staan. Om haat niet te laten groeien, om uitsluiting niet te normaliseren en om mensen niet tegenover elkaar te laten zetten.

 

Dames en heren,

Onze vrijheid is buitengewoon duurzaam bevochten en moet heel zorgvuldig bewaakt worden, dat doen we door Nederland veilig te houden en door in Nederland heel respectvol met elkaar om te gaan.

Dat vraagt inzet van iedereen: van inwoners, ouders, scholen, verenigingen en organisaties. Iedereen heeft een rol, iedereen draagt verantwoordelijkheid en iedereen kan een bijdrage leveren.

Daarom vraag ik op deze Dodenherdenking speciale aandacht voor kinderen. Voor de kinderen die zijn vermoord in de Tweede Wereldoorlog en voor kinderen die vandaag, waar ook ter wereld, slachtoffer zijn van oorlogsgeweld.

Maar ook voor jullie, de kinderen en jongeren die hier vanavond aanwezig zijn. Op een dag nemen jullie ons land over en dan is het aan jullie om vrijheid en vrede te bewaken. Niet omdat dat vanzelf gaat, maar omdat het nodig blijft.

Jullie groeien op in een tijd zonder ooggetuigen in huis. Zonder ouders of grootouders die zelf de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt en voor wie oorlog geen herinnering is, maar iets uit verhalen en uit boeken.

En juist daarom is het aan ons om die verhalen te blijven doorgeven. Om eerlijk te zijn over wat er gebeurt als vrijheid wordt bedreigd en om de wereld zo goed mogelijk aan jullie achter te laten.

En hoe wrang is het, dat meer dan 80 jaar na de Tweede Wereldoorlog die opdracht niet kleiner, maar groter wordt.
 

Beste mensen, beste Dordtenaren,

Verhalen verbinden het verleden, het heden en de toekomst. Het laat zien waarom herdenken niet alleen een ritueel is, maar een opdracht voor Dordrecht, voor Nederland en voor alle toekomstige generaties.

Terwijl wij vandaag herdenken, maken wij ook een belofte. De belofte om waakzaam te blijven, verhalen door te geven en dat we vrijheid niet alleen herinneren maar samen dragen.

Ik dank u allen voor uw aanwezigheid.