Straathandel in de jaren 30
Ati, 79 jaar, Hilversum

In de straat waar ik in mijn eerste jaren woonde, stond maar één auto geparkeerd, die was van de dokter. Er waren wel een paar fietsen, maar niet veel, want er hoorde een belasting op te worden betaald en een fietsplaatje kostte een gulden per jaar!
Toch was er altijd wat drukte, vooral des morgens dan brachten leveranciers hun waar naar hun klanten en dat ging meestal lopend, duwend achter een kar met houten wielen.
De bakkerskar had een grote bolle houten deksel met een scharnier overlangs, die bij de klant werd opgeklapt. De bakker verkocht witte en bruine broden en roggebrood. Alles onverpakt en ongesneden. De grote gezinnen aten brood van gisteren, want dat kostte een cent per brood minder.
De visboer uit Volendam kwam eens per week met een kar langs, waarop de vis lag uitgestald. De bestelde vis werd ter plekke schoongemaakt. Stinken, och daar had niemand last van, je ziet, er is belangstelling genoeg.
De melkboer kwam al met een bakfiets waarop grote metalen melkbussen stonden met volle melk, afgeroomde, taptemelk of karnemelk. Maatscheppen hingen aan gebogen stelen aan de melkbusrand. Tussen de bussen was een glazen kastje met eieren slagroom en meer lekkers en er stond ook een grote kuip met boter warauit met een brede houten spatel de bestelde boter werd geschept en als klont op vetvrij papier werd aangeboden.
Eens per week kwam de mandenmaker langs met vele soorten gevlochten en gebonden manden en borstels van hem en zijn blinde collega’s. Hij verkocht ook veters en groene zeep. Zijn kar had grote houten spaakwielen waartussen een hond liep. Dat heette een hondenkar. Onze mandenmaker was goed voor zijn hond, we aaiden hem altijd en hij kreeg altijd wat lekkers. Voor de oorlog werden die karren in Nederland verboden. Later kwamen de handelaren met paard en wagen, maar zij raakten hun paarden kwijt aan de bezetter! De straat werd toen niet meer door paardenvijgen verontreinigd.
Nu heeft het straatvuil een andere oorzaak. We gaan zelf naar de supermarkt toe en halen daar onze boodschappen op met de fiets of de auto die dat mogelijk en makkelijk maakt. Er is aardig wat veranderd.