Corneille
Luik 1922

Corneille (eigenlijk Corneille Guillaume Beverloo) werd in Luik geboren als kind van Nederlandse ouders. Hij was korte tijd leerling van de Rijksacademie in Amsterdam, waar hij in 1940-41 een tekencursus volgde. Na de oorlog vormde hij met Karel Appel en Constant de Experimentele Groep Holland. In 1948 was hij mede-oprichter van de COBRA-beweging .

In 1948 raakte Corneille onder de indruk van het werk van de Deense COBRA-schilder Carl-Henning Pedersen (geb. 1913). De groothoofdige fantasiewezens van Pedersen komen dan ook in Corneilles schilderijen voor. Voor zijn ontwikkeling waren de Duitse kunstenaar Paul Klee (1897-1940) en de Spaanse schilder Joan Miró (1893-1983) eveneens belangrijk. In 1950 kreeg een ritmisch spel van lijn en kleur de overhand in zijn werk. Vanaf die tijd beheersten motieven ontleend aan de stad en de aarde zijn schilderijen, die bijna abstract werden. Eind jaren zestig schilderde de kunstenaar weer herkenbare voorstellingen, in de felle, vrolijke kleuren uit de COBRA-tijd.