Dordrecht Ondergronds

Archeologische resten zijn de belangrijkste informatiebron voor het grootste deel van ons verleden. Omdat het bodemarchief een onvervangbaar gezamenlijk goed is, zijn we met zijn allen verantwoordelijk voor het behoud ervan. Slechts 1% van de archeologische monumenten in Nederland is goed zichtbaar in het landschap. De meeste monumenten bevinden zich dus ondergronds: voor het oog verborgen in de bodem.

Archeologie algemeen

De gemeente Dordrecht bezit één van de gaafste historische stadsgezichten en de middeleeuwse structuur van de stad is nog bijna volledig intact. Op het gebied van archeologie heeft Dordrecht een uniek bewaard middeleeuws bodemarchief, dat in Europa zijn weerga niet kent.

De oorspronkelijk middeleeuwse binnenstad van Dordrecht beslaat een oppervlak van circa 1 km2, de rest van het Eiland van Dordrecht is circa 98 km2 groot. De in ruimte beperkte binnenstad herbergt ondergronds een nog grotendeels ongekende en grote rijkdom aan informatie over het middeleeuwse Dordrecht. De huidige infrastructuur in de binnenstad is van middeleeuwse oorsprong en eeuwenlang dezelfde gebleven, hoewel de bovengrondse stad Dordrecht met de tijd mee is veranderd.

Het grote buitengebied, buiten de historische binnenstad van Dordrecht, lag sinds de Sint Elisabethsvloed van 1421 tot het eind van de 16e eeuw onder water verscholen. De dijken waren als gevolg van de stormvloed gebroken en de rivier de Merwede had vrij spel. Het rivierwater nam veel zand en klei mee, dat onder invloed van eb en vloed werd afgezet en een dik pakket vormde. Zo kwam het land geleidelijk aan weer boven water, maar het verdronken middeleeuwse - en oudere - landschap werd hierdoor helemaal afgedekt.

Het polderlandschap dat we nu zien op het Eiland van Dordrecht, dateert van ná 1603. In dat jaar werd de eerste polder gerealiseerd en werd een begin gemaakt met het terugwinnen van de verdronken Grote Waard op het water. Het nieuwe polderlandschap is echter zeker geen afspiegeling van het dieperliggende middeleeuwse en oudere landschap.

In de periode tot 1995 zijn bij de aanleg van infrastructuur, zoals de spoorlijn, de A16 en de N3, mogelijk al veel archeologische waarden in het buitengebied ongezien verdwenen. Hetzelfde geldt voor de aanleg van nieuwbouwwijken als Sterrenburg en Wielwijk, bedrijven- en industrieterreinen als de Dordtse Kil I en II en bij natuurontwikkelingen. Voor de binnenstad geldt dit in veel mindere mate, omdat hier van 1968 tot 1989 - tijdens de sanering van de binnenstad - onderzoek is uitgevoerd door de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek.

Archeologie algemeen

In 1992 ondertekende Nederland het Europese Verdrag van Malta. In dit verdrag werd voorgesteld archeologische waarden zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plek - in situ - te behouden omdat de (ongewijzigde) bodem over het algemeen de beste garantie is voor een goede conservering van archeologische resten. Want eenmaal opgegraven, moet je vondsten vaak conserveren om ze te behoeden voor verval. Maar hoe lang houdbaar zijn ze daarna, met onze huidige technieken? Waarschijnlijk minder lang dan wanneer ze in de grond bewaard blijven.

Waar behoud niet kan, werd voorgesteld de financiële gevolgen van eventueel onderzoek te leggen bij de vernieler van het bodemarchief, ofwel 'de veroorzaker'. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Malta in Nederland officieel vastgelegd in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, een uitbreiding van de Monumentenwet uit 1988. In de nieuwe wet wordt de belangrijkste rol en verantwoordelijkheid voor de archeologie gelegd bij de gemeenten. De gemeenten zijn verplicht om het archeologisch bodemarchief te behouden - hetzij in de grond (in situ), hetzij gedocumenteerd bovengronds (ex situ) - en passend beleid te formuleren.