Bodem en moestuinen

Het gebruik en de uitstoot van PFOA door Chemours en DuPont hebben op verschillende manieren grond en grondwater in en rond het fabrieksterrein verontreinigd. Daar is veel onderzoek naar gedaan.

Ook is er waarschijnlijk PFOA-houdend materiaal gestort op voormalige stortplaatsen in Dordrecht. Ook hier is onderzoek naar gedaan. Verder heeft de gemeente Dordrecht risicogrenswaarden laten opstellen voor PFOA. Die bepalen tot welke PFOA-waarden grond veilig is te gebruiken. Daarnaast zijn de gewassen in moestuinen rond de fabriek onderzocht op GenX en PFOA. Ook de bodemkwaliteit en het irrigatiewater van de moestuinen worden onderzocht.

Moestuinen en eten uit eigen tuin

Het RIVM heeft tien moestuinen in de omgeving van Chemours onderzocht op PFOA en GenX. Uit de analyse van 74 monsters van blad-, knol- en vruchtgroenten concludeert het RIVM dat het in principe veilig is om gewassen te eten uit moestuinen in Dordrecht, Papendrecht en Sliedrecht. Toch adviseert het RIVM om binnen een kilometer rond de fabriek met mate uit eigen tuin te eten; niet te vaak of te veel.

Reden hiervoor is dat omwonenden ook via lucht en drinkwater met GenX en PFOA in aanraking komen of zijn gekomen. In groenten en fruit uit de onderzochte moestuinen die verder dan een kilometer van de fabriek liggen, zijn de concentraties van GenX en PFOA zo laag dat de gewassen veilig kunnen worden gegeten, ook als mensen via lucht en drinkwater in aanraking komen of zijn gekomen met deze twee stoffen. 

Op de pagina Uitkomsten moestuinonderzoek vindt u de rapporten en meer informatie van het gewasonderzoek, waaronder vragen en antwoorden.

Aanvullend op dit gewasonderzoek is ook de bodemkwaliteit en het irrigatiewater van de moestuinen onderzocht. Daarover heeft het RIVM tussentijds in juli 2018 over bericht. De voorlopige uitkomsten laten zien dat de concentratie GenX en/of PFOA in het onderzochte slootwater en/of opgevangen regenwater op vier locaties sterk verhoogd is ten opzichte van de drinkwaterrichtwaarde. Het betreft twee sloten in Papendrecht (PFOA), één sloot in Sliedrecht (PFOA en GenX) en één keer opgevangen regenwater in Sliedrecht (GenX). Om de blootstelling aan GenX en PFOA zoveel mogelijk te beperken, adviseert het RIVM voorlopig om het irrigatiewater op de locaties met sterk verhoogde concentraties GenX of PFOA uit voorzorg niet te gebruiken. De bodemkwaliteit voldoet overal ruimschoots aan de normen voor Wonen met moestuin en is dus geschikt voor moestuingebruik. De betreffende moestuineigenaren zijn geïnformeerd over hun situatie. Lees meer op de pagina Tussenrapportage irrigatiewater en bodemkwaliteit moestuinen.

PFOA en GenX in de omgeving van Chemours

In een groot deel van de regio Zuid-Holland Zuid zit PFOA in grond en grondwater. Dat bevestigt een grootschalig regionaal bodemonderzoek. De verontreiniging komt zeer waarschijnlijk doordat luchtuitstoot in hele kleine druppeltjes is neergeslagen op de grond (luchtdepositie). Op de meeste plaatsen gaat het om zeer lage gehalten. De aangetroffen gehalten PFOA in Dordtse woongebieden nabij de fabriek blijven ruim onder de strengste risicogrenswaarden voor PFOA in grond en grondwater van het RIVM.

Dat PFOA in de bodem voorkomt, bleek al uit bodemonderzoek uit 2017. Het aanvullende regionale onderzoek maakt duidelijk hoe ver die verontreiniging in onze regio reikt.
Op de meeste plekken in de regio is de gemeten hoeveelheid PFOA laag: tussen de 0 en 10 microgram per kilo grond. Dat geldt ook voor Dordrecht. Uitzondering is het gebied direct rond het bedrijfsterrein van Chemours en DuPont (zie kaartje). Daar werden in 2017 al hogere gehalten gemeten. Dit betreft geen woongebied. In de rest van Dordrecht zijn geen gehalten boven de 10 microgram per kilo grond gemeten.

Bodemnormen

Deze gehalten liggen ruim onder de strengste risicogrenswaarden voor PFOA in de bodem. Dit betreft het gebruik van bodem voor 'wonen met moestuin'. Die waarde ligt op 86 microgram per kilo grond. Onder die waarde is het qua bodemkwaliteit veilig om een leven lang uitsluitend groenten uit dezelfde eigen tuin te eten. Buiten een kleine zone direct rond de fabriek (zie kaartje) voldoet de grond in Dordrecht dus ruimschoots aan de aangescherpte normen. Voor het gebruik van grond voor bijvoorbeeld 'wonen met tuin' is de risicogrenswaarde overigens hoger geworden, namelijk 900 microgram per kilo grond.

Eerder heeft het RIVM onderzoek gedaan naar gewassen in tien moestuinen in Dordrecht, Papendrecht en Sliedrecht rond de fabriek. RIVM adviseerde op basis van dit onderzoek om binnen een straal van 1 kilometer rond de schoorstenen van Chemours met mate uit eigen tuin te eten (niet te vaak of te veel). Dat advies blijft staan. Dit betreft voor Dordrecht een klein gebied buiten het bedrijfsterrein. Lees meer onder het kopje Moestuinen en eten uit eigen tuin.

Regels voor licht PFOA-houdende grond

Er gelden extra regels voor werken met en hergebruik van licht-PFOA houdende grond. Deze regels staan in een handreiking 'Toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid'.
Het uitgangspunt daarbij is dat je grond niet (verder) mag verontreinigen door er 'viezere' grond toe te passen. Bij hergebruik geldt dat de 'ontvangende grond' hetzelfde of een hoger gehalte PFOA moet hebben dan de grond die je er brengt. Zo voorkomen we dat de gehalten PFOA in de grond toenemen.

Particulieren kunnen in principe kleine hoeveelheden grond direct naar de Milieustraat brengen. Grotere hoeveelheden grond die per container of vrachtwagen worden afgevoerd mogen niet naar de Milieustraat. Deze grond zal via de transporteur bij een grondbank moeten worden ingeleverd.

Op de website van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid leest u meer over de handreiking. Ook staan er vragen en antwoorden.

Meer weten

De informatie over PFOA in de bodem is complex. Daarom zijn er vragen en antwoorden opgesteld. Ook die zijn te vinden op de website van OZHZ. Met vragen over hoe te handelen met PFOA-houdende grond kunt u eveneens terecht bij de OZHZ.

Onderzoeksrapporten

Het bodemonderzoek bestaat uit verschillende rapporten, dit komt doordat het onderzoek uit verschillende fasen bestaat. U kunt de rapporten downloaden op de website van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid:

Het rapport over de bijstelling van risicogrenswaarden voor PFOA in de bodem is te downloaden op de website van het RIVM.

PFOA onder voormalige stortplaatsen

De gemeente Dordrecht heeft het grondwater onder de voormalige stortplaatsen Crayestein-Oost, Merwedepolder, Polder Stededijk en Transberg onderzocht op perfluoroctaanzuur (PFOA). In al deze voormalige stortplaatsen is in het grondwater lichte tot zeer lichte gehalten PFOA aangetroffen, maar nergens wordt de daar geldende risicogrenswaarden voor PFOA in grondwater overschreden.

In Dordrecht is een aantal voormalige stortplaatsen waar in het verleden industrieel chemisch afval is gestort, mogelijk ook afkomstig van Dupont/Chemours. Deze bedrijven gebruikten tot 2012 jarenlang de stof PFOA. Voor alle stortplaatsen geldt dat niet bekend is of er in het verleden PFOA-houdend materiaal is gestort, maar gezien de stortperiode en de beperkte registratie destijds kan dit niet worden uitgesloten. Daarom heeft de gemeente de afgelopen maanden het grondwater onder voormalige stortplaatsen waarvoor zij bevoegd gezag is onderzocht op PFAS (perfluorkoolstoffen), een verzameling stoffen waar PFOA ook deel uitmaakt. 

Grondwateronderzoek

In Nederland is onderzoek naar PFAS in grond en grondwater nog niet gebruikelijk. Het Ministerie van I&M heeft daarom een landelijke pilot 'Kaderbepaling PFAS' opgezet om te bepalen hoe dit onderzoek het beste kan worden uitgevoerd. Dordrecht doet met vier locaties mee aan deze pilot: Polder Stededijk, de Merwedepolder, Transberg en Crayestein-Oost.

Het bedrijf Arcadis heeft bij Polder Stededijk en Merwedepolder grondwatermonsters genomen. Die zijn geanalyseerd en onderzocht. Ook Crayestein-Oost en Transberg zijn bemonsterd, door respectievelijk Tritium en Tauw. In alle gevallen ligt het aangetroffen gehalte PFOA in het grondwater onder de risicogrenswaarden.

Wel wordt de jaargemiddelde bovengrens van de milieukwaliteitsdoelstelling voor PFAS in oppervlaktewater overschreden. Deze doelstelling wordt alom beschouwd als extreem laag, maar moet conform de Kader Richtlijn Water in 2027 bereikt zijn.

Vervolg

Ondanks dat er slechts sprake is van lichte tot zeer lichte gehaltes PFOA in het grondwater wordt er in het Kaderonderzoek PFAS verder onderzoek uitgevoerd naar het duiden van de resultaten. Hierbij wordt ook geprobeerd de herkomst van de aangetroffen PFOA te bepalen. Daarvoor is nog geen eenduidige verklaring. Ook het effect van de bijdrage van lozingen van water met verhoogde gehalten aan PFOA op het oppervlaktewater en op rioolwaterzuiveringsinstallaties komt in het vervolgonderzoek aan de orde.

Provincie

De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van zogeheten ‘oude stortplaatsen’. De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor ‘moderne stortplaatsen’: Crayestein-West en Derde Merwedehaven. Ook die stortplaatsen zijn onderzocht op de aanwezigheid van PFOA. In het grondwater zijn rondom deze stortplaatsen lage concentraties PFOA aangetroffen. Om de ontwikkelingen bij Crayestein-West en Derde Merwedehaven zorgvuldig te kunnen volgen, wordt het reguliere grondwatermonitoringsprogramma van beide stortplaatsen uitgebreid met een regelmatige analyse op PFOA. De beheersmaatregelen voor de grondwaterstand bij stortplaats Crayestein-West worden zodanig aangepast dat verspreiding van PFOA tegen gegaan wordt. Tijdens het onderzoek is op één meetpunt een PFOA concentratie van 210 ug/l gemeten. Dit wijkt af van de andere metingen. Twee mogelijk beschadigde peilbuizen zijn afgedicht zodat het stortmateriaal en het grondwater niet meer met elkaar in contact kunnen komen.

Een extern bureau wordt gevraagd archiefonderzoek te doen om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de hoeveelheden en samenstelling van het in het verleden door DuPont gestorte bedrijfsafval dat mogelijk PFOA bevatte. Het archiefonderzoek geeft ook meer duidelijkheid over de op dat moment van kracht zijnde vergunningsvoorwaarden en het door de exploitant van de stortplaats opgestelde stortreglement.

Over de risicogrens

Het Rijk heeft nog geen landelijke interventiewaarde voor PFOA opgesteld. De gemeente Dordrecht heeft het RIVM daarom opdracht gegeven om lokale risicowaarden voor PFOA op te stellen. Deze zijn inmiddels beschikbaar en in 2018 verder bijgesteld. De waarden zijn uitgesplitst naar gebruik van grond. Bij alle voormalige stortplaatsen onder verantwoordelijkheid van de gemeente liggen de aangetroffen gehalten PFOA in het grondwater onder de daar geldende risicogrenswaarden.

De stukken van dit dossier zijn te vinden op het raadsinformatiesysteem.

Meer over de pilot

Bovengenoemde pilot betreft een landelijk onderzoek onder de naam 'PFAS Kaderbepaling'. Het is een samenwerkingsverband van de adviesbureaus TTE, Witteveen en Bos en Arcadis. De deelnemende partijen en/of klankbordleden zijn o.a. het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, provincies, gemeenten, waterschappen en het RIVM. In totaal wordt in heel het land onderzoek gedaan op 15 locaties.

Nieuwe risicogrenswaarden voor PFOA

In 2017 heeft het RIVM in opdracht van de gemeente Dordrecht risicogrenswaarden voor perfluoroctaanzuur (PFOA) in grond en grondwater afgeleid. De gemeente kan hiermee bepalen of de kwaliteit van de grond en het grondwater een risico vormt voor mens en milieu, en of maatregelen nodig zijn. De risicogrenswaarden zijn in mei 2018 herzien op basis van de nieuwste inzichten.

Voor PFOA zijn geen landelijke bodemnormen. Daarom heeft Dordrecht het initiatief genomen het RIVM generieke risicogrenzen te laten afleiden. Die risicogrenzen voor grond en grondwater zijn uitgesplitst naar verschillende bodemgebruiksvormen, zoals wonen, natuur en industrie. Dit houdt rekening met mogelijke blootstellingsroutes per type gebruik. Zo is bij de waarde voor 'wonen met moestuin' naast spelende kinderen ook rekening gehouden met 100% groenteconsumptie en 50% aardappelconsumptie uit eigen tuin. Het gebruik 'wonen met tuin' houdt rekening met spelende kinderen en beperkte consumptie uit eigen tuin.

Deze lokale, gebruiksspecifieke risicogrenzen geven de gemeente een basis om te beoordelen of het betreffende gebruik van de grond veilig is. Alle gemeten gehalten in woongebieden in Dordrecht liggen (ver) onder de scherpste norm van het RIVM. Alleen op het bedrijfsterrein zelf en een klein gebied daar omheen zijn hogere gehalten gemeten, maar dat betreft geen woongebied.

Moestuinen

Eerder heeft het RIVM onderzoek gedaan naar gewassen in tien moestuinen in Dordrecht, Papendrecht en Sliedrecht rond de fabriek. RIVM adviseerde op basis van dit onderzoek om binnen een straal van 1 kilometer rond de schoorstenen van Chemours met mate uit eigen tuin te eten (niet te vaak of te veel). Dat advies blijft staan. Dit betreft voor Dordrecht een klein gebied buiten het bedrijfsterrein. Het RIVM onderzoekt momenteel de bodemkwaliteit en het irrigatiewater van deze moestuinen. Meer over eten uit eigen tuin leest u onder het kopje Moestuinen en eten uit eigen tuin.

Ontwikkelingen

De inzichten in PFOA blijven zich ontwikkelen. Nieuwe inzichten kunnen, zoals in mei 2018 gebeurd is, leiden tot aanpassing van de risicogrenswaarden.
Voor GenX is het nog niet mogelijk risicogrenswaarden af te leiden. Daarvoor ontbreken nog bepaalde onderzoeken. Op diverse locaties is wel gemeten hoeveel GenX er in grond en grondwater zit. Die gehalten liggen vooralsnog veel lager dan PFOA.

Bodemverontreiniging terrein Chemours

De situatie met de bodemverontreiniging op het terrein van Chemours zelf en daarbuiten wijzigt door de uitgevoerde onderzoeken niet. Het beheerssysteem om verdere verspreiding van de bodemverontreiniging (met onder meer PFOA) te voorkomen functioneert en wordt doorlopend gecontroleerd. Meer hierover leest u onder het kopje Bodemverontreiniging fabrieksterrein Chemours.

Downloads

Op de website van het RIVM kunt u het onderzoek 'Risicogrenzen PFOA voor grond en grondwater : Uitwerking voor generiek en gebiedsspecifiek beleid (herziene versie)' downloaden.

Vragen over bodem

De informatie over PFOA en GenX in de bodem is complex. Op deze pagina hebben we dat zo goed mogelijk geprobeerd in onderwerpen te verdelen. Voor de gemeente Dordrecht voert de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid veel bodemtaken uit. Met vragen over PFOA en GenX in de bodem kunt u daarom het beste bij de OZHZ terecht.

Uitgelicht